Een terugblik op een vergeten bladzijde
uit het Belgische kolonialisme in Afrika

De verdere ontwikkeling

1929 – Officiële beheersovereenkomst

De eerste beheersovereenkomst tussen de Belgische koloniale regering en de Agence Belge de l'Est Africain (ABEA) betreffende het beheer van de Belgische gehuurde sites, werd getekend op 11 december 1929. Onder anderen zijn de volgende bepalingen overeengekomen:

Artikel 2
De Belgische overheid betaalt de infrastructuur en de herstellingen.
ABEA betaalt voor de ontwikkeling en het onderhoud van de bovenbouw (gedefinieerd in artikel 3 - het oppervlak, de spoorstaven en de uitrusting voor goederenbehandeling op de sites).

Artikel 7
ABEA is bevoegd om andere activiteiten uit te voeren, voor eigen rekening of voor rekening van derden, zolang deze het goede beheer van de sites niet belemmeren.

Artikel 14
De overeenkomst eindigt op 31 december 1954.



1934 – Nieuwe beheersovereenkomst

De tweede beheersovereenkomst werd getekend op 21 juni 1934. De volgende wijzigingen aan de overeenkomst van 1929 werden aangebracht:

Artikel 2
ABEA zorgt voor de administratieve opvolging die voortvloeit uit het beheer van de sites, zoals:
  • Het onderhoud van de infrastructuur: er wordt verduidelijkt dat geen enkele wijziging aan de infrastructuur kan worden aangebracht zonder de voorafgaande goedkeuring van de Belgische koloniale regering.
  • Het innen voor de Belgische koloniale regering van alle rechten, lasten of heffingen volgens de tarieven goedgekeurd door de regering.

Artikel 8
ABEA ontvangt 250.000 Belgische Frank per jaar als vergoeding voor het management.
Dit bedrag moet alle administratieve kosten dekken, inclusief salarissen van lokaal en expat personeel.
De regering betaalt verder 125.000 Belgische Frank bedrijfskosten voor de kosten voor elektriciteit, water, kraanonderhoud, bovenbouwonderhoud ...

Artikel 9
Deze tweede overeenkomst treedt in werking op 1 januari 1934 en is onderhevig aan een jaarlijkse stilzwijgende verlenging, tenzij een opzegtermijn is betekend per aangetekende brief 2 maanden voor het verstrijken van de termijn. Er is dus geen vaste einddatum van de overeenkomst meer.



1936 – Aanpassing vergoedingen

De derde beheersovereenkomst werd getekend op 30 september 1936. De volgende wijzigingen in de overeenkomst van 1934 werden aangebracht:

Het bedrijf ontvangt 2.400 Britse Pond per jaar als vergoeding voor het beheer in plaats van 250.000 Belgische Frank. Dit is het gevolg van de sterke devaluatie van de Belgische Frank in de voorbije jaren.
Het bedrag voor bedrijfskosten blijft ongewijzigd



1947 – Aanpassing vergoedingen

Tijdens de tweede oorlog blijven de havens in Kigoma en Dar es Salaam zorgen voor een vlotte uitvoer van grondstoffen (koper, rubber ... maar ook koffie) om de oorlogsinspanning van de geallieerde machten te ondersteunen.

Op 12 december 1947 wordt er een vierde wijziging aan de beheersovereenkomst aangebracht. Door de stijging van de trafieken (vooral uitvoer) in de voorbije jaren, was er meer personeel nodig.

Het bedrijf ontvangt nu 4.000 Britse Pond per jaar als vergoeding voor het beheer. De Belgische Koloniale Overheid vergoedt verder alle operationele kosten gemaakt door de Vennootschap voor elektriciteit, water, kraanonderhoud, bovenbouwonderhoud, ...
De terugbetaling wordt niet langer beperkt tot 125.000 Belgische Frank.



1951 – Verhuizing in Dar es Salaam

Tot nu toe moesten de schepen in de baai voor anker gaan en de werd de lading van en naar de schepen met behulp van pontons gebracht; maar de schepen worden groten en de trafieken stijgen. Er is nood aan een diepwaterkade waar de schepen kunnen aanleggen en rechtstreeks op de kade kunnen laden en lossen.

Op 6 april wordt een overeenkomst gesloten tussen de Koloniale Regering van België en Groot-Brittannië voor de bouw van een diepwaterkade in Dar es Salaam. De volgende bepalingen zijn overeengekomen:
  • Het Verenigd Koninkrijk zal de Belgische gehuurde site vervangen door een nieuwe site, grenzend aan de diepwaterkade die is gebouwd voor de East African Rails and Harbours (EAR&H).
  • De huurovereenkomst is eeuwigdurend voor een jaarlijkse huur van 1 Belgische Frank, conform de overeenkomst uit 1921.

Daar artikel 102 van het Handvest van de VN bepaalt dat geen enkel verdrag of internationale overeenkomst bindend is voordat deze is geregistreerd bij het secretariaat van de Organisatie, werd de bovenstaande conventie geregistreerd onder het nummer 1496.



1952 – Aanpassing vergoedingen

Op 1 februari wordt de vergoeding voor de beheerskosten opgetrokken naar 6.000 Pond.



1955 – verderzetting van de beheersovereenkomst voor een nieuwe termijn.

In de overeenkomst tussen Groot-Brittannië en België van 1921 stond dat een beheersovereenkomst voor de uitbating van de sites beperkt moest zijn in tijd: namelijk 25 jaar.
Artikel 9 van de beheersovereenkomst tussen Belgische koloniale regering en ABEA in 1934 vermeldt een "jaarlijkse stilzwijgende verlenging, tenzij een opzegtermijn is betekend per aangetekende brief 2 maanden voor het verstrijken van de termijn". Dit kan tot problemen leiden indien de Belgische Kolonniale Overheid vergeet tijdig de opzeg te bet betekene voor het verstrijken van de 25 jaar.

Vanaf 1953 waren er contacten hierover tussen het Belgisch Ministerie van Buitenlandse zaken et de Britse regering.
De regering van Groot-Brittannië had geen bezwaar tegen de verlenging van het beheerscontract voor de Belgische koloniale sites in Dar es Salaam en Kigoma met ABEA.
De nieuwe beheersovereenkomst gaat in op 1 januari 1955 voor een nieuwe periode van 25 jaar.[9]



1956 – Eindelijk diepwater kades

De in 1951 overeengekomen diepwater kades worden in 1956 eindelijk in gebruik genomen.
Kaai nr. 1, met een lengte van 180 meter, beslaat nu een derde van de haven. Dit geeft aan hoe belangrijk de trafieken van en naar de Belgische kolonies waren.
In 1956 bestaat de uitrusting van de haven van Dar es Salaam uit:
  • Een diepwater kade van 180 meter, toegankelijk voor schepen met een maximum diepgang van 30 voet (9.15 meter);
  • Walkranen – dezelfde voor de hele haven, zodat het onderhoud vergemakkelijkt is;
  • Een loods met verdiep, met een opslagcapaciteit van 12.000 m2;
  • Stockageruimte in openlucht van 20.000 m2;
  • Een administratief gebouw, met 2 verdiepingen.
De waarde van de nieuwe concessie word geschat op 228 miljoen Belgische Frank.

Gelijktijdig wordt een programma voor de modernisering van de haven van Kigoma uitgevoerd en worden de oude houtkranen van 3 tot 5 ton vervangen door drie elektrische kranen van 5 tot 7 ton.

De aanlegkade wordt verlengd tot 230 meter. De loods wordt gerenoveerd, de manuele 25 ton Titan kraan wordt geëlektrificeerd. De mobiele kranen van Fiorentini maken de uitrusting compleet. De oppervlakte van de Belbase in Kigoma beslaat nu circa 17.000 m2.

De tonnages die het havenbedrijf verwerkt, zullen jaarlijks toenemen van 5.000 ton in 1922 tot een maximum van ongeveer 200.000 ton in 1971, waarvan 90.000 ton koper uit Congo en 25.000 ton koffie uit Burundi.

L E E S     V E R D E R