Een terugblik op een vergeten bladzijde
uit het Belgische kolonialisme in Afrika

De onafhankelijkeid van de Afrikaanse landen

1960 – Onafhankelijkheid van Congo

Bij de onafhankelijkheid van Congo, op 30 juni 1960, worden de sites in feite mede-eigendom van Congo en Ruanda-Urundi pro-rata van de eerder gedane investeringen: d.w.z. 97,5% voor Congo en 2,5% voor Ruanda-Urundi.
Dezelfde ratio werd gebruikt om de baten en onderhoudskosten van de BELBASE-sites te splitsen tussen de landen.

Een later protocol veranderde deze coëfficiënten naar 76% voor de Republiek Congo, 12% voor Burundi en 12% voor Rwanda.

1963 – Post koloniale wijzigingen

Tanganyika wordt onafhankelijk op 9 december 1961, Burundi en Rwanda pas op 1 juli 1962. Het is duidelijk dat deze veranderingen gevolgen zullen hebben voor het voortbestaan van de Belbase.

De President van Tanganyika, Julius Nyerere, stuurde begin 1963 een nota naar de Belgische regering met de eis dat de locaties tegen 31 december 1963 geëvacueerd zouden moeten worden. De reactie van België brengt de president in verwarring.

Gezien de Belbases onder het gezag vielen van de Belgische Koloniale Regering, vallen zij nu automatisch onder het gezamenlijke gezag van de Congo, Burundi en Rwanda. Daarbij komt dat de Congolese regering de huur van 1 Belgische Frank betaalde in 1961 en dat de werken die in Belbase werden uitgevoerd, waren opgenomen in de begroting van Congo, Burundi en Rwanda. Deze laatsten zijn dus de enigen die betrokken waren en België is niet langer geïnteresseerd in de kwestie.

Een moeilijke situatie, want de belangen van buurlanden aanvallen ligt moeilijk.
Zo ontstond een status quo situatie tussen alle partijen, die uiteindelijk allen op de beheerder van de sites vertrouwden. Deze laatste behandelde de ladingen naar algemene tevredenheid.

Op 7 november ontvangt het management van de Belbases een brief van het Congolese ministerie van Buitenlandse Zaken [10] die meedeelt:
  • De regering van Congo onderhandelt met de regeringen van Tanganyika, Burundi en Rwanda over een nieuwe overeenkomst ter vervanging van de overeenkomsten van 1921 en 1951 tussen het Verenigd Koninkrijk en België.
  • De onderhandelingen tussen Congo, Tanganyika, Burundi en Rwanda verlopen niet met de vereiste snelheid. Het ministerie verzoekt daarom Agence Belge de l'Est Africain (ABEA) om het beheer voort te zetten "zoals in het verleden, totdat een nieuwe overeenkomst is bereikt".
  • De nieuwe overeenkomst zou op 1 januari 1964 ingaan en zal de beheersovereenkomst wijzigen die door de Belgische koloniale regering aan ABEA werd toegekend.
De voorwaarden werden door ABEA [11] aanvaard; het antwoord informeert tevens de naamswijziging van Agence Belge de l'Est Africain naar Agence Maritime Internationale (East Africa), in het kort AMI (East Africa).

1964 – Conferentie van Brussel

Op 26 april 1964 verenigde de Republiek Tanganyika zich met de Volksrepubliek Zanzibar en Pemba en zo kwam de Verenigde Republiek Tanzania tot stand.

Van 13-23 mei 1964 heeft in Brussel een conferentie plaats tussen vertegenwoordigers van de regeringen van Congo, Burundi en Rwanda over de sites van Dar es Salaam en Kigoma.
Na afloop laten de partijen AMI (East Africa) laten weten dat:
  • Ze nog geen overeenstemming hebben bereikt over de Commissie die de sites zal controleren.
  • Het creditsaldo van de uitbating voor periode 1960-1964 tegen einde 1964 over de drie landen moet verdeeld worden à rato van de door elk land gegenereerde inkomsten.


1970 – Conferentie van Dar es Salaam

Tussen 13 en 16 januari, tijdens de Conferentie van Dar es Salaam, probeert Zambia te bemiddelen tussen Congo, Burundi, Rwanda en Tanzania. Het voorstel omhelsde:
  • De wijziging van de "eeuwigdurende huurovereenkomst" naar een "recht van bewoning" voor de East African Railways in Kigoma en East African Harbours in Dar es Salaam.
  • De regeringen van Congo, Burundi, Rwanda dragen alle activa van de voormalige Belgische site in Dar es Salaam over aan de East African Harbours en de activa van de Kigoma-site aan de East African Railways.
  • De regering van Tanzania zal de regeringen van Congo, Burundi en Rwanda compenseren voor de bovengenoemde activa, na een gezamenlijke waardering onder VN controle.
Ze komen echter niet tot een overeenkomst.

De reden waarom Zambia op het toneel verscheen is te vinden in de eerdere sluiting van de haven in Beira (Mozambique), waardoor de goederen van en naar Zambia via Dar es Salaam moeten transiteren.

1971 – Nationalisatie

Door het uitblijven van een overeenkomst met Congo, Burundi en Rwanda, nationaliseert Tanzania de Belbase sites in Dar es Salaam en Kigoma in 1971.

Op 26/01/1971 informeert de Secretaris Generaal van het Ministerie van Communicatie en Transport AMI (East Africa) van de nationalisatie en verzoekt hen om "door te gaan met het beheer van de site zoals in het verleden - tot nader order". [12] AMI aanvaard de voorwaarden. [13]

Op verzoek van de regering van Zaïre (Congo veranderde zijn naam in Zaïre tussen 1971 en 1997) gaf het Belgisch Agentschap voor Ontwikkelingssamenwerking in 1971 opdracht tot een taxatie van de Belbases. Het rapport werd opgesteld door 3 Belgische experts, de heren De Wilde, Theues en Massadt. Hieronder de samenvatting van de waardering.

Waarden in US Dollar Dar es Salaam Kigoma
Infrastructuur 1 578 546 422 067
Superstructuur 1 647 000 414 800
Totaal 3 225 546 836 867
Samengevat
4 062 413 USD

Dit bedrag uit 1971 komt overeen met een waarde van over 26 miljoen Euro vandaag.

Ter vergelijking, na het uiteenvallen van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap (EAC) in 1977 werden alle voormalige EAC-activa in Kenia, Oeganda en Tanzania gewaardeerd door een door de Wereldbank aangesteld bemiddelingsteam.
De faciliteiten van de voormalige Belgische site in Dar es Salaam werden op 30 juni 1977 gewaardeerd op 25,1 miljoen shilling, toen equivalent aan 3,05 miljoen US Dollar. De faciliteiten in Kigoma lijken bij die gelegenheid niet te zijn opgenomen in de schatting.


1974 – AMI Tanzania

Reorganisatie van het (Belgische) Agence Maritime Internationale (East Africa) en registratie van het Tanzaniaanse bedrijf AMI Tanzania Ltd.
AMI Tanzania neemt de activa en passiva van Agence Maritime Internationale (East Africa) over.

1981 – Uitbreiding van de havens

Dankzij een overkomst in 1981 tussen AMI Tanzania Ltd. en THA (Tanzanian Harbour Authority) kunnen de activiteiten van de vrachtafhandeling van en naar Congo, Burundi en Rwanda in de haven van Dar es Salaam ook plaatsvinden op de andere kades van de haven.

In 1982 werd besloten tot een "Crashprogramma" om de centrale corridor te herwaarderen.
De EU investeerde in de superstructuur en de uitrusting voor het afhandelen van goederen in Kigoma. Het laatste element van dit programma, een portaalkraan voor 20 voet containers, werd pas in 1991 geïnstalleerd. Deze portaalkraan was operationeel vanaf april 1992.

Het ontbrak de Belbases aan reserveonderdelen en de financiële situatie in Tanzania was zo krap dat er geen enkele vervanging kon worden gefinancierd. De door Duitsland gebouwde spoorweg had zijn beste tijd gehad en had een grondige opknapbeurt nodig. De spoorweg voldeed niet meer aan de verwachtingen van importeurs en exporteurs.

De deur stond dus wagenwijd open voor vervoer van ladingen via de weg. Dit was duurder maar toch veiliger dan het spoor. De invoerders in Congo, Burundi en Rwanda betaalden weliswaar meer voor de transit van hun goederen door Tanzania, maar de goederen kwamen sneller en met minder schade toe. Verschillende expediteurs maakten van de gelegenheid gebruik om zich in het transitverkeer naar Congo, Burundi en Rwanda te mengen en zo het monopolie op te heffen dat de concessies sinds hun aanvang genoten, gezien de Belbases gebonden waren aan het vervoer per spoor.

L E E S     V E R D E R